De Donkere Kamers van… Kees Molders

De Donkere Kamers van… is een interview serie waarin een fotograaf vertelt over zijn of haar donkere kamers, de digitale en de mentale, oftewel technisch en inspirationeel. Wat maakt dat jij klikt?  

In deze tweede blog neemt Kees Molders je mee in zijn donkere kamers.

Wie ben je?

Kees Molders, Culemborg 1955. Gepensioneerd en druk met van alles. Ik ben hobbyfotograaf sinds 1974. Dat betekent dat ik fotografisch ben opgegroeid met boeken over de New Topographics, de nieuwe Amerikaanse kleurenfotografie en tal van bladen. Ik verdiep me graag in fotokritiek, fotobespreken en jureren. Ik schrijf artikelen over onder meer exposities, boeken en software op mijn eigen website FotoCode.nl. Mijn fotoclub is de Culemborgse Fotoclub Lek en Licht. Verder ben ik (off-topic) bezig met historische cartografie bij mijn andere club Voet van Oudheusden, de lokale oudheidkundige vereniging. Bij het presenteren van de resultaten van de bijbehorende studies komt de kennis van beeldbewerking goed van pas.

Technisch

Vind je techniek belangrijk?

Als kunstenaar (kuch) hoor ik hier natuurlijk te antwoorden dat techniek er niet toe doet, althans ondergeschikt is aan het resultaat. Wat een valsisme zou zijn, want in de jaren ’70 en ’80 zwolgen we in de primaire en secundaire afbeeldingsfouten, achromaten en de Modulation Transfer Functions. Ik heb ‘Het Objectievenboek’ van Rudolf Smit van 1973 nog steeds in de kast staan. Onze Panatomic-X van 32 ASA moest toch echt wel in fijnkorrelontwikkelaar worden verwerkt. En veel fotografen zijn toch een tikje apparatengek. Ik kan een mooie body wel waarderen, al gaat functie vóór vorm. Onscherpte in de hoeken – toch maar niet. Ik geef toe dat de smartphone-fotografie me van de hang naar technische perfectie losweekt.

Welke apparatuur gebruik je?

Ik heb een tijd gehad dat full-frame heilig was; alles kleiner dan het kleinbeeldformaat was eigenlijk not done. Een credo uit de analoge tijd, denk ik. Het is echter helemaal niet nodig om met bakstenen van camera’s rond te sjouwen. Ik heb nu een kleine APS-C-spiegelloze camera met 56, 35, 14 en 8mm objectieven. Die laatste is een fisheye; vreemd overigens dat maar weinig mensen die accepteren. Het hele spul weegt nog geen anderhalve kilo. De laatste tijd raak ik steeds meer geïnteresseerd in de mogelijkheden van de smartphone. Ook budget-gsm’s hebben tegenwoordig meer objectieven (groothoek!) en kunnen in raw fotograferen.

En welke software?

Ik gebruik nog Photoshop Elements (PSE) en voor de raw-bewerking CaptureOne. Ik probeer definitief van Adobe af te komen omdat ik dat een onsympathiek bedrijf ben gaan vinden. Ik heb Lightroom afgezworen na de komst van de abonnementsdwang. Het Britse Affinity Photo, waar een lezer van mijn website me op attendeerde, kon wel eens een vervanger blijken te zijn van Lightroom, PSE én CaptureOne. Voor nog geen dertig piek zonder abonnement. Verder is IrfanView mijn bestandsbeheerder. Het beheer van mijn foto’s doe ik liever zelf dan het aan bibliotheken en catalogi over te laten die je met handen en voeten aan een merk binden. Op de smartphone gebruik ik Snapseed.

Hoe bewerk jij je foto’s?

Meestentijds op de ouderwetse manier, dus conform de doka van weleer. Ik zet graag om naar zwartwit, met de kleurschuifjes als ‘filter’. Oké, een vignet wil er nog wel eens insluipen, maar verder ben ik redelijk purist. Ik ben niet zo ‘creatief’, eerder ambachtelijk. Op de smartphone ga ik overigens wat losser om met pretfilters en valse collodiumvlekken, al kan ik niet uitleggen waarom je op digitale wijze een natte plaat zou nadoen. Of nu ik er toch over begin, andersom waarom je zou knoeien met chemische stoffen als je digitaal… nou ja je snapt het.

Inspirationeel

Waar ligt je hart?

Bij stedelijke omgeving en New Topographics, op enige afstand gevolgd door landschappen en portretten, al vind ik de laatste nog steeds lastig omdat ik niet de neiging heb op iemand af te stappen met de mededeling dat ik een portret wil maken.

Heb je een eigen stijl?

Wie ben ik om dat te zeggen? De fotografie heeft zijn eigen vaagtaal: stijl, beeldtaal, handschrift. Iedereen neemt modieus jargon moeiteloos van elkaar over zonder al te precies te zijn over definities. Maar goed, laatst vond ik een aardige omschrijving: Style is the sum of all creative choices you make consistently. Ik ben blij als mensen mijn werk herkennen, maar ik vrees dat die herkenning minder slaat op mijn creative choices dan op mijn favoriete onderwerpen: daar heb je Kees weer met zijn stadsgezichten. Het antwoord is dus: ik weet het niet zeker maar hoop het stiekem wel.

Waar haal je inspiratie vandaan?

Vooral uit fotoboeken en exposities. Uit het Fotografencafé Kasteel Woerden, daar wordt je ondergedompeld in goede fotografie en deskundig commentaar. Dramatisch dat het al een jaar stil ligt in verband met het virus. Soms uit mooie documentaires (Uur van de Wolf, Kunstuur, maar ook YouTube is een vindplaats). Minder uit bladen. Vraag je niet naar mijn favoriete fotografen? Neil Rantoul, Andrew Borowiec, Joel Meyerowitz, Stephen Shore, Gregory Crewdson, Thomas Struth, Stephan Vanfleteren, Sally Mann. Morgen is het weer anders, maar dit zijn wel blijvertjes.

Begint jouw project met een idee of met een los beeld?

Wel vaak met een uiterst vaag idee, ik wil wel ‘iets’ met (vul hier in: ruige begroeiing, stadslandschappen met hoogbouw, weidse stadsgezichten, zwart-wit opnamen van binnensteden…). Als ik een fantastische plaat van iemand anders zie, vermijd ik misschien te krampachtig in hetzelfde vaarwater terecht te komen. Terwijl imitatie toch een goede leerschool is…

Wanneer is je project klaar?

Als ik het digitale schuiven met foto’s zat ben. Er moet wel een einde aan een project komen. Je kunt over een week, maand of jaar nog een keer overnieuw naar je selectie kijken en dan komt er gegarandeerd een andere serie uit. Zet er een punt achter. Selecteren moet je leren, dat is waar, maar doe er in vredesnaam geen jaren over… Ik snap ook niet hoe mensen decennia met één project bezig kunnen zijn. Als de serie niet ‘af’ is, ben je er op een gegeven moment toch zélf wel klaar mee?

Weet je tijdens je project al hoe het eindigt?

Nee, maar dat vind ik ook niet zo spannend. Overigens duren mijn projecten soms maar één middag, projecten is dan een groot woord en piekeren over hoe het afloopt heeft niet de hoogste prioriteit. Belangrijker is dat je met je oog aan de zoeker voelt of je beet hebt – ook dat moet je leren trouwens.

Wat is je favoriete foto en waarom?

Je zegt niet of dat een eigen foto moet zijn. Ik kies de foto Church Street and Second Street, Easton, Pennsylvania, June 20, 1974, bijgenaamd Der Rote Bulli van Stephen Shore. Die foto illustreert voor mij waar de New Topographics om draaien: een bijzondere foto gemaakt op een gewone plek, waar wat te ontdekken valt, die je niet te snel hebt uitgelezen. Je kunt het bordje van de tandarts “DR. HARRY UNGERLEIDER DENTIST” spellen, een jongen heeft achter het raam van de wachtkamer een wasemvlek gemaakt met zijn adem. En dan die rode VW-bus…

Van mezelf wilde ik eerst een foto uit 2018 kiezen, maar ik bedacht dat ik toch wel recenter werk moest hebben… Daarom de silo. Een uitsnede uit een industrieel landschap langs de straat, met zo’n verwaaid stuk papier – of wat het ook is – dat een dergelijke foto als accentje nodig heeft.

Toekomst

Wat wil je bereiken

Een serie voorleggen aan de besprekers van het Fotografencafé, als iedereen zijn prikken heeft gehad. Met rode konen terugkomen met nieuwe ideeën. Lekker fotograferen zonder dwang of opdracht, anders ben je geen autonoom fotograaf. Ik bedoel: een opdracht moet voelen alsof je hem zelf hebt bedacht, anders moet je er niet aan beginnen. Een paar mooie afdrukken. Misschien weer eens een boek maken.

Wat wil je van anderen weten? Je mag één fotograaf één vraag stellen. Wat zou dat zijn?

Daar kom ik ooit nog op terug 😉 De favorieten kennen we al redelijk goed door interviews en documentaires, het zou vreemd zijn als daar inspiratiepareltjes of wereldwijsheden achterwege zijn gebleven. Stephen Shore bijvoorbeeld is niet alleen fotograaf maar ook docent, in enkele docu’s laat hij goed zien hoe hij denkt en te werk gaat. Twee fotografen in YouTube:
Lecture Stephen Shore with Melanie Crane
JOEL MEYEROWITZ (english version) Les Rencontres d’Arles 2017

Waar kunnen we meer zien

En lezen: op www.fotocode.nl


Verder lezen:

Lees ook de eerste editie:
De Donkere Kamers van… Marcel Borgstijn


1 Comment

Geef een antwoord